Waardescan

“Wat is mijn bedrijf eigenlijk waard?” is een vraag waar veel ondernemers het antwoord op willen weten. Met antwoorden op vragen over onder andere de omvang, de branche en de financiële resultaten van de onderneming, houdt de waardescan u als ondernemer een spiegel voor: hoe succesvol is uw bedrijf?

Er kunnen verschillende redenen zijn waarom een onderneming wordt verkocht: het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van de ondernemer of de ondernemer wil eerder stoppen met werken waarbij hij zijn inspanningen met bedrijfsverkoop te gelde wil maken. De verkoop kan ook minder aangename oorzaken hebben: bijvoorbeeld ziekte of arbeidsongeschiktheid. Ook kan de onderneming in problemen zijn gekomen en is overdracht de enige oplossing om te overleven. Er kunnen natuurlijk ook andere privé-omstandigheden aan ten grondslag liggen.

Voordat de daadwerkelijke verkoop kan plaatsvinden, is het verstandig om middels een bedrijfswaardering de verkoopprijs te bepalen. De meest gehanteerde methode hiervoor is de zogenaamde “discounted cashflow methode (DCF)”. Deze gaat van de veronderstelling uit, dat de onderneming waard is wat je er in de toekomst mee kunt verdienen (overigens wordt hiermee niet de winst bedoeld, omdat dit boekhoudkundig met bijvoorbeeld afschrijvingen of dotaties aan voorzieningen is te beïnvloeden). Er wordt met verdienen bedoeld het geld dat jaarlijks overblijft om schulden af te lossen en/of dividend uit te keren. Toekomstige geldstromen worden in kaart gebracht en verdisconteerd tegen een rendementseis die de koper stelt. Dit houdt in dat de koper wil weten binnen hoeveel jaar hij zijn investering terug kan verdienen, waarbij de koper bij een risicovollere onderneming een kortere terugverdientijd zal eisen.

Uit de waardescan zou ook kunnen blijken dat de onderneming nog niet verkoopklaar is: de waarde is te laag!
Deze waarde kan onder andere verhoogd worden door te zorgen dat:

  • het risicoprofiel van de onderneming wordt verlaagd;
  • de klanten zo min mogelijk van de ondernemer afhankelijk zijn; het geïnvesteerd vermogen niet te hoog is en te zorgen voor een goede beheersing van het werkkapitaal;
  • er een goede spreiding is van het klantenbestand;
  • er een goede interne organisatie is, die ook transparant genoeg is;
  • de onderneming niet afhankelijk is van één leverancier of klant;
  • de onderneming op meerdere markten actief is.